Circulariteit
Beleid circulaire economie (E5-1)
Circulariteit vormt een vast onderdeel van onze manier van werken. We kijken kritisch naar hoe we materialen inzetten, hoe we grondstoffen kunnen hergebruiken en hoe we afvalstromen zo klein mogelijk houden. Door materialen langer mee te laten gaan en vaker te kiezen voor circulaire alternatieven, leveren we een bijdrage aan de overgang naar een circulaire economie.
Ambitie voor 2030: 50% circulaire inkoop
Wij streven ernaar om uiterlijk in 2030 minimaal 50% van onze totale inkoopwaarde circulair te laten zijn. Deze doelstelling is vastgelegd in onze strategische pijler Milieubewuste technisch dienstverlener en nader uitgewerkt in interne beleidsdocumentatie en het inkoopbeleid. De programmamanager Duurzaam Ondernemen is verantwoordelijk voor de coördinatie van dit programma, inclusief het ontwikkelen van definities, meetmethodiek, interne richtlijnen en rapportage. De voortgang wordt periodiek gemonitord en besproken in het directieteam en gerapporteerd in het jaarverslag.
Om deze ambitie te realiseren werken we onder andere aan:
-
samenwerking met ketenpartners om circulaire oplossingen verder te brengen;
-
het opnemen van circulaire materialen en producten in ons artikelbestand.
-
betrouwbare duurzaamheidsdata en eenduidige definities rond circulariteit;
Doelstellingen circulaire economie (E5-3)
Doelstellingen
We willen materialen en afval slimmer en duurzamer inzetten. We richten ons op zowel circulaire inkoop als het terugdringen van afval.
We hebben de ambitie om 50% van onze inkoop circulair te hebben in 2030. Dit vermindert de inzet van primaire materialen en sluit aan bij onze openbaar geformuleerde ambitie binnen de CO₂-Prestatieladder. Programma’s voor refurbished materialen en het beperken van restafval dragen hieraan bij. Waar in 2024 nog 3,41% van de inkoop circulair was is dat dit jaar al 4,52%. De definitie van circulariteit binnen de installatiesector is nog in ontwikkeling. Er bestaat momenteel geen eenduidige wettelijke norm voor ‘circulaire inkoop’. Wij hanteren daarom een operationele definitie gebaseerd op onder meer hergebruik, refurbished toepassingen, toepassing van gerecyclede of biobased grondstoffen en producten met een aantoonbaar hogere Material Circularity Indicator (MCI). Deze definities en meetmethoden worden de komende jaren verder aangescherpt in lijn met sectorontwikkelingen, Europese richtlijnen en beschikbare data.
In dezelfde periode streven we naar een CO₂-reductie van 5% door afvalverwerking, ten opzichte van 2023 en uitgedrukt per miljoen euro omzet. In 2025 hebben we een reductie van 3,8% gerealiseerd ten opzichte van 2024 ondanks dat het volume van afval met de omzet is meegestegen. Deze reductie realiseren we dus door betere scheiding en verwerking van afvalstromen, zodat meer materialen opnieuw kunnen worden benut.
Deze doelen zijn vrijwillig opgesteld en dragen bij aan het verkleinen van onze ecologische voetafdruk. Voor aanvullende circulaire aspecten rapporteren we op dit moment niet. Wij erkennen dat circulariteit in de installatiesector grenzen kent. Niet alle materialen zijn technisch herbruikbaar en niet alle circulaire alternatieven zijn toepasbaar bij onze klanten of beschikbaar op schaal. Deze beperkingen nemen wij expliciet mee in onze voortgangsrapportage. Tegelijkertijd investeren wij actief in samenwerking met leveranciers en branchepartners om het aanbod van circulaire producten te vergroten en de praktische toepasbaarheid ervan te verbeteren.
Instroom van middelen (E5-4)
Beschikbaarheid data instroom middelen
Inzicht in onze materiaalstromen is een belangrijk onderdeel van onze duurzaamheidsaanpak. We weten dat materialen binnen de keten een significante rol spelen, maar beschikken op dit moment nog niet over alle benodigde detailgegevens. Het gaat daarbij onder meer om informatie over materiaalgewichten, het aandeel gerecyclede of secundaire grondstoffen en het gebruik van biobased materialen. Het ontbreken van deze data beperkt de mate waarin we de materiaalimpact volledig kunnen kwantificeren.
Beperkingen:
-
Totaalgewicht van materialen: Het bepalen van het totale gewicht van alle gebruikte materialen is op dit moment niet uitvoerbaar. De installatiebranche beschikt niet over voldoende betrouwbare informatie die dit mogelijk maakt, en de beschikbare informatie is versnipperd en daardoor niet realistisch toepasbaar op bedrijfsniveau.
-
Biologische materialen: Het aandeel biobased materialen binnen onze activiteiten is beperkt meetbaar. Waar leveranciers productinformatie beschikbaar stellen, nemen we deze op, maar een betrouwbare rapportage op bedrijfsniveau is nog niet mogelijk.
-
Gerecyclede materialen: Ondanks onze inzet om recycling te stimuleren, ontbreekt bruikbare data over het percentage gerecyclede grondstoffen en/of materialen dat binnen onze projecten wordt toegepast. Dit maakt het op dit moment niet mogelijk om hier structureel betrouwbaar over te rapporteren.
Methodologie en uitdagingen
De gegevens die we nu kunnen rapporteren zijn grotendeels gebaseerd op aannames en sectorale gemiddelden. Directe, nauwkeurige metingen ontbreken. We blijven echter stappen zetten om de datakwaliteit te verbeteren, onder meer door nauwere samenwerking met ketenpartners, door te investeren in technologie die materiaaldata beter kan ontsluiten en eigen ontwikkelde project rapportages.
Acties voor verbetering
-
investeren in digitalisering en systemen die materiaalstromen betrouwbaarder kunnen volgen;
-
deelnemen aan keteninitiatieven die gericht zijn op meer transparantie en standaardisatie van materiaaldata;
-
nauwer samenwerken met leveranciers om informatie over herkomst, samenstelling en gewicht van materialen beter beschikbaar te krijgen.
Methodologie en doorontwikkeling
De gegevens die wij momenteel rapporteren over materiaalstromen zijn deels gebaseerd op aannames en sectorale gemiddelden. Dit komt doordat gedetailleerde en gestandaardiseerde data in de keten nog beperkt beschikbaar is. Directe en volledig betrouwbare metingen van materiaalherkomst, samenstelling en circulariteit zijn nog niet voor alle producten en projecten mogelijk.
Tegelijkertijd zetten wij gerichte stappen om de datakwaliteit en toepasbaarheid te verbeteren. Een voorbeeld hiervan is het opnemen van een gestandaardiseerde circulariteitsdefinitie van een leverancier in ons ERP-systeem, waardoor circulaire prestaties beter zichtbaar worden in inkoop- en projectprocessen. Dit stelt ons in staat om, binnen de huidige databeperkingen, bewustere keuzes te maken en circulariteit concreter mee te nemen in besluitvorming.
Daarnaast investeren wij in verdere digitalisering en systeemintegratie om materiaalstromen betrouwbaarder te kunnen volgen. We sluiten aan bij keteninitiatieven die gericht zijn op meer transparantie en standaardisatie van materiaaldata en werken intensiever samen met leveranciers om informatie over herkomst, samenstelling en gewicht van materialen structureel beter beschikbaar te krijgen.
Ondanks deze stappen zijn we er nog niet. De komende jaren blijven we werken aan het vergroten van de zichtbaarheid en kwaliteit van materiaaldata in de keten. Daarbij speelt ons eigen datateam een belangrijke rol in het ontsluiten, combineren en verbeteren van data, zodat we steeds beter onderbouwde en controleerbare inzichten kunnen leveren over onze milieu-impact.
Vooruitblik
De komende jaren richten we ons op het vergroten van transparantie in materiaalstromen. Dit inzicht is noodzakelijk om onze duurzaamheidsdoelen te realiseren en om gerichter te sturen op het verlagen van onze milieu-impact.
De belangrijkste uitdagingen liggen in de beschikbaarheid, volledigheid en vergelijkbaarheid van data in de keten. Informatie over materiaalherkomst, samenstelling en milieuprestaties is nog niet altijd eenduidig of gestandaardiseerd beschikbaar bij leveranciers en projectpartners. Daarnaast vraagt het koppelen van deze gegevens aan onze eigen processen en systemen om verdere professionalisering van dataverzameling en -beheer.
Door deze knelpunten actief aan te pakken, versterken we stap voor stap onze rol als milieubewuste technisch dienstverlener en bouwen we aan een datagedreven basis voor verdere verduurzaming.
Datakwaliteit, voorkomen van dubbeltelling en governance
Binnen Hoppenbrouwers registreren en consolideren wij onze broeikasgasemissies centraal in een gespecialiseerd carbon accounting platform. De registratie omvat scope 1-, 2- en relevante scope 3-emissies conform het GHG Protocol en sluit aan bij de organisatorische grenzen zoals gehanteerd in onze financiële consolidatie.
Gegevens worden periodiek aangeleverd door meerdere disciplines, waaronder mobiliteit, energieverbruik van vastgoed, inkoop, projecten en overige ondersteunende afdelingen. Per emissiecategorie zijn databronnen, definities, emissiefactoren, aannames en verantwoordelijkheden formeel vastgelegd. De aangeleverde gegevens worden gezamenlijk beoordeeld en periodiek gecontroleerd. Dit gebeurt via interne controles en door externe audits. Daarbij toetsen we of emissies volledig, juist en eenduidig zijn opgenomen en of de scope-afbakening correct is toegepast. Hiermee borgen wij een eenduidige meetmethodiek en consistentie in de tijd.
Om dubbeltellingen te voorkomen, werken wij met één geïntegreerd registratiesysteem waarin emissiestromen slechts eenmaal worden toegewezen aan de juiste scope en categorie. Interne controles en validatiestappen zijn ingericht om datakwaliteit, volledigheid en juistheid te waarborgen. Eventuele schattingen of onzekerheden worden gedocumenteerd en periodiek geëvalueerd.
De programmamanager Duurzaam Ondernemen is verantwoordelijk voor de coördinatie van de CO₂-registratie en rapportage. De uitkomsten worden besproken in het directieteam en vormen de basis voor onze reductiedoelstellingen en externe verslaglegging.
Uitstoot hulpbronnen en afval (E5-5)
Afvalstromen beschouwen wij als een relevante indicator voor circulariteit, een thema dat structureel is verankerd in onze duurzaamheidsstrategie. Uit onze dubbele materialiteitsanalyse blijkt dat materiaaluitstroom en afvalverwerking op dit moment niet als materieel onderwerp worden aangemerkt in de zin van ESRS E5, gezien de beperkte financiële impact en het relatief geringe aandeel in onze totale milieu-impact.
Desondanks kiezen wij er bewust voor om hierover uitgebreider te rapporteren dan strikt vereist. Wij monitoren afvalstromen per vestiging en project, inclusief type afval, verwerkingsmethode en mate van hergebruik of recycling. Deze gegevens worden gebruikt om trends te analyseren, reductiemaatregelen te formuleren en de voortgang richting onze ambitie van restafvalvrije vestigingen te volgen.
Door vrijwillig aanvullende transparantie te bieden, houden wij zicht op onze feitelijke milieu-impact en creëren wij sturingsinformatie om onze circulariteitsdoelstellingen onderbouwd en meetbaar te realiseren.
Inzicht in afvalstromen
Onze afvalverwerker levert de gegevens over afvalstromen en de bijbehorende CO₂-uitstoot. Samen met TNO wordt voor de dertig meest voorkomende afvalstromen berekend wat de daadwerkelijke uitstoot is. Daarbij wordt de volledige keten meegenomen: van inzameling en transport tot verwerking en de omzetting naar nieuwe grondstoffen. Alle broeikasgassen die in dit proces vrijkomen, worden omgerekend naar CO₂-equivalenten, zodat we een volledig en vergelijkbaar beeld krijgen van de milieu-impact.
Samenstelling afval berekeningen en methodologie
|
Afvalstroom |
Totaal gewicht (ton) |
ton/mln Euro |
reductie tov. 2024 in ton afval per mln EUR |
CO2-eq (ton) |
|
Restafval |
255,1 |
0,64 |
13% |
139,3 |
|
Papier/karton |
140,5 |
0,35 |
31,3 |
|
|
Metalen ferro |
85,7 |
0,22 |
9 |
|
|
EPS |
50,8 |
0,13 |
Niet bekend |
|
|
B-hout |
40,7 |
0,1 |
2,8 |
|
|
Metalen non-ferro |
37,8 |
0,1 |
2,4 |
|
|
Bouw en sloopafval |
27,3 |
0,07 |
4,2 |
|
|
Elektr(on)isch afval (WEEE) |
27,2 |
0,07 |
5,3 |
|
|
Harde kunststoffen |
25,7 |
0,06 |
14,1 |
|
|
Puin |
11,6 |
0,03 |
0,3 |
|
|
Swill / Etensresten |
9,7 |
0,02 |
0,8 |
|
|
Overig |
4,1 |
0,01 |
4,8 |
|
|
Vertrouwelijk papier |
3,9 |
0,01 |
0,6 |
|
|
Batterijen en accu's |
3,8 |
0,01 |
4,9 |
|
|
PD |
2,8 |
0,01 |
1,2 |
|
|
Folie |
2,5 |
0,01 |
1,8 |
|
|
Totaal |
729,1 |
1,84 |
-6% |
222,8 |
De berekeningen van de milieu-impact van onze afvalstromen zijn gebaseerd op verschillende criteria en aannames.
Inzameling van afval
Bij de inzamelingsfase wordt gekeken naar de gereden kilometers, het type voertuigen en de gebruikte brandstoffen. Deze factoren bepalen de uitstoot die tijdens dit proces ontstaat.
-
Verwerking van afval: Voor het sorteren, opslaan en verwerken van afval wordt energie verbruikt. Elektriciteit, gas en diesel spelen hierbij een rol en worden meegenomen in de berekeningen
-
Transport naar de eindverwerker: Ook het transport tussen de verwerkingslocaties telt mee. Afstanden, vervoermiddelen en brandstoffen vormen samen de emissies van deze stap in de keten.
-
Verwerking tot nieuwe grondstoffen: Wanneer afval wordt verwerkt tot herbruikbare materialen, is opnieuw energie nodig. De uitstoot die hierbij vrijkomt vormt een belangrijk onderdeel van de totale impact.
Recyclingpercentages en circulariteit
Voor elke afvalstroom wordt bepaald welk deel daadwerkelijk wordt gerecycled. Dit gebeurt op basis van de uiteindelijke bestemming na verwerking. Onze afvalverwerker laat deze beoordeling uitvoeren door een externe partij, zodat de uitkomsten transparant en onafhankelijk zijn. Zo ontstaat helder inzicht in de circulariteit per afvalstroom.
Toegang tot details
Uitgebreide informatie over de samenstelling van afvalstromen en de onderliggende berekeningen is beschikbaar via onze afvalverwerker. Deze inzichten helpen ons om afvalbeheer verder te verbeteren en onze milieu-impact te verkleinen.
|
ESRS datapunt |
Beschrijving |
Totaal (ton) |
Gevaarlijk Afval (ton) |
Niet gevaarlijk Afval (ton) |
|
E5-5 37A |
Geproduceerd afval; |
729 |
10 |
719 |
|
E5-5 39 |
||||
|
E5-5 37b |
Omgeleid van verwijdering |
667 |
||
|
E5-5 37bi |
Voorbereiding voor hergebruik |
0 |
||
|
E5-5 37bii |
Recycling |
353 |
||
|
E5-5 37biii |
Andere nuttige toepassingen |
314 |
||
|
E5-5 37c |
Verwijderd afval |
62 |
||
|
E5-5 37ci |
Verbranding (zonder energieterugwinning) |
0 |
||
|
E5-5 37cii |
Storten |
11 |
||
|
E5-5 37ciii |
Andere vormen van afvalverwijdering; |
51 |
||
|
E5-5 37d |
Niet-gerecyclede afval |
325 |
||
|
E5-5 37d |
Het percentage niet-gerecyclede afval |
45% |
Financiële effecten (E5-6)
De mogelijke financiële gevolgen van materiële risico’s en kansen zijn opgenomen in onze dubbele materialiteitanalyse (DMA). Deze analyse geeft een helder overzicht van hoe we risico’s en kansen herkennen, wegen en aanpakken, en welke invloed zij kunnen hebben op onze financiële resultaten.